Sociologische Theorievorming
Sociale wetenschappen zijn bekend in de mogelijkheid om te toetsen of iets wel of niet te handhaven was of is of falsificeerbaarheid heeft.
Op microniveau gaat het vooral om het sociaal functioneren in directe relatie met anderen.
Sociologie is een maatschappijwetenschap, ook wel sociale wetenschap genoemd, een wetenschap dus.
Het doel van wetenschap is een systematische “beschrijving, ordening en verklaring van bepaalde verschijnselen te geven, opdat men die verschijnselen beter kan begrijpen.
Omdat we te maken hebben met een probleemstelling ga ik dus uitgebreid verder met de “sociologische onderzoek”waarin stellingen zullen worden genomen op dat wat nog valt te weerleggen. Omdat ik het verband tussen verschijnselen wil onderzoeken zal ik met meerdere hypothesen werken; een hypothese is een veronderstelling waarmee men probeert een mogelijke relatie tussen verschijnselen te verklaren. Deze samenhangende hypothese vormen een theorie, vandaar de naam sociologische theorievorming.
De resultaten van het onderzoek gebruik ik om de juistheid van de hypothesen te toetsen. Indien die juistheid aannemelijk is dan spreek ik niet meer van een (of meer) hypothese(n), maar van wetmatigheden of een wet.
Wetenschap probeert dus d.m.v onderzoek te komen tot het vaststellen van wetmatigheden om zo op systematische wijze het verband tussen verschijnselen aan te tonen en te verklaren.
De wetenschap poogt zich dus objectief te zijn tegenover de subjectieve kennis van alledag.
Het is belangrijk om te vernemen dat de sociologie als onderzoeksobject het sociale handelen heeft van mensen. Dus dat de contacten tussen de mensen centraal staan.
“Het begrip sociaal handelen omvat elke handeling van een persoon of personen die gericht is op een andere persoon of personen.”
Als we de hedensdaagse sociologische literatuur bekijken, dan blijkt dat de definities van de sociologie, zoals verschillende auteurs die geven, sterk op elkaar lijken. Een van die definities luidt:
‘Sociologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het beschrijven, analyseren, en verklaren van:
1) het gedrag van en tussen mensen voor zover dat beïnvloed wordt door het feit dat zijn in bepaalde verhoudingen tot elkaar staan, en van
2) daaruit voortgekomen – min of meer vaste – gedragspatronen, structuren en bindende opvattingen in hun ontstaan, voortbestaan en veranderen’
Het gedrag dat men vertoont, zal vaak samenhangen met bepaalde ideeën die men heeft. Door die denkbeelden te bestuderen, kan men het gedrag proberen te verklaren.
Cultuur omvat dus opvattingen van mensen, welke door meer mensen worden gedeeld, aan andere mensen kunnen worden over gedragen en die het gedrag van die mensen kunnen beïnvloeden.
Samenvattend kan ik vaststellen:
De sociologie bestudeert de vaste (regelmatig terugkerende) gedragspatronen tussen mensen en de ideeën/ opvattingen die daarmee samenhangen. Het ontstaan, blijven voortbestaan en veranderen van die opvattingen en gedragspatronen staat daarbij centraal.
Ik heb dus aangegeven dat de doel van wetenschap het volgende is:
Een systematisch beschrijving, ordening en verklaring van sociale verschijnselen geven.
Sociale verschijnselen zijn al die verschijnselen die verband houden met het handelen van mensen te opzichte van elkaar. Ik zal dus bekijken of er tussen verschijnselen een samenhang of relatie bestaat. Wanneer zo een relatie uit het onderzoek blijkt, dan kan worden achterhaald of in de theorie vervatte hypothesen juist zijn. Ik zal dus niet alleen zintuigelijke waarnemingen aantonen van gegevens en verschijnselen maar ook beschrijven, meetbaar en geordent houden.
Ik zal de onderzoeksdoel dan realiseren.
Bovendien noem je zo een zintuigelijke waarneming een empirische onderzoek.
Ik begin daarom met een verkennende of explorerende onderzoek. Zodra ik hier klaar mee ben ga ik verder met het verklarende onderzoek, dan zoek ik verklaringen voor mijn bevindingen. Daaruit zal blijken dat meer dan 1 factor tegelijk een rol speelt.
Zodra ik hier mee klaar ben ga ik verder met de toetsende onerzoek hier zullen een of meer hypothesen (veronderstellingen) aan de hand van verzamelde feiten materiaal getoetst worden, dat kan door hypothese(n) te ontkennen of te bevestigen. Ik zal dus in de toetsende onderzoek kijken naar het aantal gevolgen van bepaalde gebeurtenissen of sociale verschijnselen.
Mijn uitgangspunt hierin is dan ook dat het aantal onderzoeksvormen een empirisch relevantie mogen hebben dan zowel theoretisch als maatschappelijk relevant zijn. De onderzoekstechnieken zijn:
Observatie, inhoudsanalyse en het vraaggesprek.
Met observatie bedoel ik dus het bestuderen van het gedrag van mensen door ernaar te kijken. Je hebt een uiterlijke en participerende observatie. Bij rampen wordt vaak gebruik gemaakt van laboratoriumsituaties, namelijk mensen op verzoek van een wetenschapper bijeen brengen in een bepaalde ruimte en het ‘normale’ te onderzoeken gedrag te laten vertonen. Dit kan wel is gebruikt worden omdat de mogelijkheden groot zijn. Ik bevestig daarmee dus dat rampen een voorbeeld zijn.
In de algemene psychologie kan dus iemand nadruk leggen op het feit waarom iemand iets doet of niet doet. Bijvoorbeeld mijn gedrag en de motivatie voor dat gedrag. De sociale psychologie kan dus een brugfunctie hebben, en dat is natuurlijk niet mijn expertise.
Het is belangrijk te onthouden dat de sociale filosofie niet empirisch is. Zoals welke ethische regels zijn er van invloed op het handelen of wat is de rol van waarden en principes in onze relaties met anderen. De kritische sociologie wordt dus gebruikt om maatschappijkritiek dat ik niet verzoen met bestaande situaties en machtsverhoudingen, maar doordat ik het aan de kaak stellen van misstanden tot fundamentele veranderingen probeer te komen. En dit is een onderdeel van menswetenschap.
Ik kan dus gebruik maken in deze zaak tegen het diagnostiek zoals schizofrenie die niet bestaat (wetenschappelijk bewezen feiten) de participerende observatie. De mate van deelname kan variëren van integrale participatie tot mariginale (perifere) participatie. Bijintegrale ben ik dus volledig bezig. Bij perifere ben ik meer aan de rand van het gebeuren en dit kan allemaal in een groepsniveau aanwezig zijn geweest. (Met nadruk op groepsniveau, zelf socialiseer ik daar niet in, dat was al bekend voor 2005, toen documenten gelanceerd zouden worden tegen Balkenende, waarna ik ernstig misbruikt ben en afgeslacht werdt door degenen die mij niet zagen zitten.)
Het is duidelijk dat ik een formele houding heb in mijn onderzoek, Omdat ik een duidelijke en herkenbare positie heb genomen. Ik ben dus bezig met een participerende observatie.
Ik zal als leider van mijn motiveringen, onderzoeken en met bevindingen proberen een team te vormen en de meningsvorming en meningsuiting daarin te stimuleren tegen het onrechtmatige, ik hoop dus ook dat alle deskundigen bereid zijn verantwoording te dragen. Zoals men weet kan een sociale betrekking zich ontwikkelen zowel in richting van vereniging of samengaan. En vriendscdhap of vijandschap zijn voorbeelden van samengaan.
Met een rolset wordt verstaan: het geheel van rolrelaties, dat personen hebben op basis van de specifieke sociale positie die zij innemen.
En onder een positieset wordt bedoeld het geheel van verschillende sociale posities van 1 persoon.
Rolverandering is het wijzigen van de regels en de verwachtigingen ten aanzien van het gedrag. Rolverandering kan zowel intern als extern in gang worden gezet, dus door rolvervuller(s) zelf of door personen of gebeurtenissen buiten de rol.
Rolgedrag kan dus nadruk leggen op waarom en hoezo iemand een bepaald gedrag hanteert. En door een sociale positie in te nemen worden er eigenlijk al bepaalde eisen gesteld. Rolgedrag is op het moment dat iemand een sociale positie inneemt, de normen dan aangeven hoe de persoon zich dient te gedragen en verwacht de omgeving ook dat hen zo zullen gedragen.
In een primaire groep (Face-to-Face relaties) ben ik dus bezig met het observeren van gedrag en stellingen. De hypothese die hier uit kan voortvloeien kan dus ontstaan zijn uit een stelling. Die vervolgens bevestigt of ontkent mogen worden.
Sancties kunnen ervoor zorgen dat normen gerespecteerd worden, dat kan wel passen bij afwijkend gedrag maar zoals we weten worden er in elke samenleving wel is normen overtreden. We weten inmiddels dat vroeger afwijkend gedrag werd verboden of gestrafd. In deze tijden heeft dat via de justitie een moderne levenswijze. Afwijkend gedrag kan dus zowel negatieve als positieve effecten hebben (dysfuncties en functies).
Het is ook belangrijk te onthouden dat afwijkend gedrag mensen kan kwetsen in de rechtvaardigheidsgevoel.
Hier volgt de laatste documentatie voordat aan deze theorievorming gewerkt wordt tegen parnassia en betrokkenen die onrechtvaardigheid in dysfuncties en functies van primaire groepen, zowel het leven in een normloos cultuur als in een wetloos cultuur dirigeerden is daar omtrent een dysfunctie die al bewezen is hier ook bewezen zal worden na de vordering van deze aanzet voor theorievorming.
Maar afwijkend gedrag kan ook leiden tot verstoring van een belangrijkj onderdeel van een evenwichtige sociaal mechanisme. Een sociaal mechanisme is bijvoorbeeld het samenspel van een voetbalteam.
Afwijkend gedrag kan ook wantrouwen doen ontstaan, waarin bijvoorbeeld de regels niet gerespecteerd worden.
Er zijn dus 3 dysfuncties”
1) Verstoring van het evenwicht in het sociaal mechanisme
2) Ondergraving van de bereidheid tot inzet
3) Ondermijning van het vertrouwen in het handhaven van de regels
Ook kunnen er gunstige invloeden voordoen, dat zijn functies:
1) Zoals verduidelijking van de regels (afwijkend gedrag leidt dan tot opnieuw formuleren van regels)
2) De eendracht (in een groep) wordt versterkt (zoals een voetbal team)
3) Waarschuwingssignaal (zoals aangegeven van gebrekens)
Anomie is een belangrijke oorzaak voor afwijkend gedrag. Anomie betekent een toestand zonder een norm.
1) Het is belangrijk te weten dat normen opvattingen zijn over hoe men zich wel of niet mag gedragen in bepaalde situaties.
2) Doeleinden zijn concrete opvattingen van personen over hetgeen zij nastrevenwaardig, wenselijk achten. Het is belangrijk om een bindende factor aan te houden.
3) Een waarde zijn een aantal opvattingen die als beginsel kan worden gebruikt bij het beoordelen van verschillende mogelijkheden voor gedrag (gedragsalternatieven).
Deze 3 opvattingen zijn onderdeel van cultuur. In een kwalitatieve interview ga ik dus de mogelijkheden bekijken en controleren of de onjuistheden of valsheden te corrigeren zijn via hypothesen, een stelling kan dus genomen worden voordat een hypothese wordt gemaakt.
Ik maak dus een inhoudsanalyse (onderzoekstechniek) op basis van het bovenstaande. Ik zal dus proberen de verschillen aan te kaarten als stellingen, en ze verbeteren in hypothesen.
Er kunnen positieve en negatieve evidenties gemaakt worden maar uit de diagnostiek van wat dan ook zal een groot deel bestaan uit positieve of negatieve evidenties medisch gesproken of niet medisch geassocieert en gepsroken, die niet de hypotheses steunen, mijn stellingen zullen we de steun dragen, de bedoeling van een sociologische theorievorming is dan ook om mijn stellingen aannemelijk te maken, door hypotheses aan te maken zodat ze herkend worden en geverifieerd worden, de evidente stellingen van betrokken personen zullen dus kritiek krijgen. De reden waarom ze kritiek zullen krijgen is omdat alle personen betrokken zijn geweest in een chronologie van second guessing, de achteraf komende kritiek dus.
SSA 101 – Soul Science Amplifications 101
Hi,
Soul Science Amplifications mean, a part of sociology and a part of sociology’s science that leads to soul science.
This type of soul science will be accepted as, mature and as new.
The science will be developed here for SSA, in the name of 101.
The meaning of SSA 101 is to verify it’s capability in securities and in abilities of amplification’s (techniques) to minimize any cynicism or cynicism level to 0% permanent. This backed up by RCD 101, created a dual interface for engineers to eliminate postmodernism permanently.
Than in advance of engineering automated capabilities in RCD 101 to SSA 101, backs up artificial and none-artificial methodologies of handling people’s consciousness and subconsciousness to a verification idealization.
The ability to use Soul Science 101 is important, if we have a science backing up RCD 101, that becomes a scientifical path.
That is why SSA 101 is in development with sociology, the documentation about sociology is already made, which was originally used against Psychiatry, which is also the goal of SSA 101, and of course all other topics and objectiveness.